ECLI:NL:GHSGR:2003:AL8318
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat recreatiewoning op gehuurde grond één WOZ-object vormt
Belanghebbende huurde een perceel grond met daarop een recreatiewoning, zonder dat een recht van opstal was gevestigd. De Inspecteur stelde de waarde van het geheel vast op ƒ130.000, terwijl belanghebbende alleen de waarde van de opstal wilde laten erkennen, circa ƒ32.000.
Het geschil betrof de vraag of de opstal en de ondergrond als één onroerende zaak in de zin van artikel 16 van Pro de Wet WOZ moeten worden beschouwd. Het hof stelde vast dat, hoewel de verhuurder eigenaar is van de grond en de huurder economisch eigenaar van de opstal is, de verhuurder door natrekking ook eigenaar is van de opstal geworden.
Het hof concludeerde dat de grond en opstal samen één onroerende zaak vormen die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik is en dat de waarde van het geheel moet worden vastgesteld. De door de Inspecteur gehanteerde waarde van ƒ130.000 werd aannemelijk geacht op basis van vergelijkbare verkopen.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de beschikking van de Inspecteur bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de Inspecteur bekrachtigd.