ECLI:NL:GHSGR:2003:AL9048
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Duindam
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duur en termijn van alimentatie na echtscheiding
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin de alimentatie voor haar werd vastgesteld tot 1 juli 2003, zes maanden na inschrijving van de echtscheiding. De vrouw betoogde dat zij vanwege haar leeftijd, beperkte arbeidsverleden en psychische problemen niet verplicht kon worden haar werkweek uit te breiden en dat de alimentatie daarom niet aan een termijn verbonden mocht worden.
De man stelde dat de vrouw geacht kon worden haar werkweek uit te breiden tot 30 uur, mede omdat zij geen dagelijkse zorg voor minderjarige kinderen heeft en in goede gezondheid verkeert. Hij voerde aan dat de vrouw haar psychische problemen niet had onderbouwd met stukken.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat is haar werkweek uit te breiden. Haar argumenten over leeftijd en arbeidsverleden werden niet overtuigend geacht. Ook ontbraken stukken die haar geestelijke beperkingen onderbouwen. Het hof vond het redelijk dat zij haar werkweek uitbreidt en daardoor geen behoefte meer heeft aan alimentatie na zes maanden.
De rechtbank had de alimentatie voor zes maanden toegekend om de vrouw de gelegenheid te geven haar inkomenspositie te verbeteren. Het hof bevestigde dat dit geen termijn is zoals bedoeld in artikel 1:157 lid 3 BW Pro, maar een beperking op grond van het ontbreken van behoefte. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De alimentatie voor de vrouw wordt beperkt tot zes maanden na inschrijving van de echtscheiding omdat zij geacht wordt haar werkweek uit te breiden en in eigen levensonderhoud te voorzien.