ECLI:NL:GHSGR:2003:AM2579
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Aler
- Heemskerk
- Van Dissel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens onjuiste beperking hoger beroep in strafzaak
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, maar beperkte dit expliciet door niet tegen de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling op te komen. Het hof oordeelde dat deze beperking in strijd is met artikel 407, eerste lid, Sv, dat vereist dat hoger beroep tegen het gehele vonnis wordt ingesteld wanneer sprake is van gecombineerde behandeling van tenuitvoerlegging en vervolging van een nieuw feit.
De verdediging had niet binnen de wettelijke termijn kenbaar gemaakt dat zij de beperking van het hoger beroep wilde laten vallen, waardoor het hof geen ruimte zag voor conversie of sauveur. De advocaat-generaal had reeds betoogd dat de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard, hetgeen het hof volgde.
Het hof benadrukte dat de keuze om het hoger beroep te beperken of in volle omvang in te stellen tijdig en duidelijk gemaakt moet worden, en dat latere aanpassingen niet verenigbaar zijn met de wettelijke termijnen. De verdachte werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens onrechtmatige beperking van het hoger beroep.