ECLI:NL:GHSGR:2003:AM3282
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- W.g. Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake belastingaanslag ontslagvergoeding
Verzoeker ontving in 2000 een ontslagvergoeding van ƒ 160.152 bruto en gaf aan dat een deel van ƒ 80.000 als immateriële schadevergoeding onbelast zou moeten blijven. De Belastingdienst legde een definitieve aanslag op waarbij het gehele bedrag als belast werd aangemerkt. Verzoeker stelde bezwaar en beroep in tegen deze aanslag.
Tijdens de procedure verzocht verzoeker om een voorlopige teruggave van ƒ 49.500, omdat hij het bedrag in eigen beheer wilde houden tot de definitieve uitspraak onherroepelijk was. Het hof overwoog dat de voorlopige aanslag reeds rekening hield met het bijzondere tarief en dat verzoeker geen bezwaar had gemaakt tegen de voorlopige aanslag. Bovendien was niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker een onevenredig nadeel zou lijden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de omstandigheden geen spoedeisend belang rechtvaardigen voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en het niet aannemelijk maken van onevenredig nadeel.