ECLI:NL:GHSGR:2003:AN7937
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Ritter
- Van Nievelt
- Van Boven
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen mensenhandel en verkrachting van jonge Oost-Europese vrouwen
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 22 september 2003 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van mensenhandel en verkrachting van jonge vrouwen uit Oost-Europa. De zaak betrof een achttal kwetsbare vrouwen die illegaal naar Nederland werden gebracht en onder dwang en vernederende omstandigheden werden uitgebuit in de prostitutie.
De verdachte had de vrouwen voorzien van valse documenten, hun echte paspoorten ingenomen en hen gedwongen aanzienlijke schulden af te lossen door middel van prostitutie. Daarbij werden zij onderworpen aan strikte controle, boetesystemen en in sommige gevallen geweld. Twee vrouwen werden door de verdachte op vernederende wijze verkracht, waaronder gedwongen orale seks en langdurige mishandeling.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder partiële nietigheid van de dagvaarding, onrechtmatige bewijsgaring en ontoelaatbare druk bij het verkrijgen van verklaringen. Deze verweren werden door het hof verworpen. Het hof sprak de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit, maar verklaarde bewezen de overige feiten en veroordeelde hem tot negen jaar gevangenisstraf, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat de omvang van de schade niet eenvoudig vast te stellen was en dit beter bij de burgerlijke rechter kan worden behandeld. Het hof benadrukte de ernst van de feiten, het ontbreken van berouw bij de verdachte en de noodzaak van bescherming van de samenleving en algemene preventie als grondslag voor de strafmaat.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen mensenhandel en verkrachting.