ECLI:NL:GHSGR:2003:AN9438
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Oosterhof
- Aler
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan voldoende bewijs door niet-ondervraagde sleutelgetuige in cocaïnesmokkelzaak
In deze zaak stond verdachte terecht voor betrokkenheid bij de invoer van 106,5 kg cocaïne aan boord van het motorschip Dilza in Rotterdam. De belangrijkste bewijsmiddelen waren verklaringen van een medeverdachte die de betrokkenheid van verdachte beschreef. De verdediging ontkende categorisch de betrokkenheid.
Het hof constateerde dat de verdediging geen mogelijkheid had om de sleutelgetuige, die belastende verklaringen had afgelegd, te ondervragen vanwege beperkingen in het Kaapverdisch recht en de weigering van de getuige zelf. Dit schond het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
Gezien het ontbreken van andere directe bewijsmiddelen en het feit dat de bewezenverklaring uitsluitend of in beslissende mate steunde op de niet-ondervraagde getuige, oordeelde het hof dat er onvoldoende wettig en verdragsrechtelijk bewijs was.
Het hof overwoog verder dat een hernieuwde poging tot ondervraging weinig kans van slagen had en dat alternatieve maatregelen onvoldoende compensatie boden. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende wettig en verdragsrechtelijk bewijs.