ECLI:NL:GHSGR:2003:AN9574
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst zonder vergoeding afgewezen
Werkneemster kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank die haar arbeidsovereenkomst wegens veranderde omstandigheden ontbond zonder haar een vergoeding toe te kennen. Zij stelde dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden doordat de gemachtigde van Oudshoorn tijdens de eerste aanleg producties had ingetrokken en slechts een deel van een pleitnotitie had voorgelezen, terwijl de gehele pleitnotitie was overgelegd.
Het hof overwoog dat partijen vrij zijn om te spreken over niet-overgelegde producties en dat de rechtbank ook acht mag slaan op dergelijke betogen, mits deze niet gebaseerd zijn op niet-voorgelezen delen van een pleitnotitie. Omdat niet aannemelijk was geworden dat slechts een deel van de pleitnotitie was voorgelezen en de ingetrokken producties niet bij de oordeelsvorming waren betrokken, oordeelde het hof dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden.
Het hof bevestigde het appèlverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro, maar stelde dat dit verbod doorbroken kan worden bij schending van fundamentele rechtsbeginselen. In deze zaak was daarvan geen sprake. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en Werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van Werkneemster is ongegrond verklaard en zij is veroordeeld in de proceskosten.