ECLI:NL:GHSGR:2003:AN9853
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige herziening waardebeschikking Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende kocht in augustus 2000 een woning voor ƒ 780.000 (€ 353.948). Op 30 april 2001 stelde de gemeente de waarde van deze woning vast op ƒ 496.000 (€ 225.074) voor de periode 2001-2004. De Inspecteur constateerde later dat de waardebepaling onjuist was en gaf op 31 januari 2002 een herzieningsbeschikking uit met een hogere waarde van € 233.234.
Het geschil betrof de vraag of deze herziening terecht was. Het hof oordeelde dat de Inspecteur geen nieuw feit had ontdekt dat een herziening rechtvaardigde, aangezien de fout bij de oorspronkelijke beschikking redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Bovendien was het verschil in waarde slechts 3,6%, wat niet direct duidelijk maakte dat er een fout was.
Daarom werd de herzieningsbeschikking vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Tevens moest de gemeente het griffierecht vergoeden. De uitspraak werd op 18 november 2003 door het hof te 's-Gravenhage gedaan.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de herzieningsbeschikking omdat de belanghebbende niet direct had moeten begrijpen dat de oorspronkelijke beschikking op een fout berustte.