ECLI:NL:GHSGR:2003:AN9874
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijzigt waardering onroerende zaak wegens beperkte aanwendingsmogelijkheden en leegstandrisico
Belanghebbende, gebruiker en genothebbende van een onroerende zaak bestaande uit kantoren met showroom op een industrieterrein, betwistte de door de Inspecteur vastgestelde waarde van de zaak per 1 januari 1999. De Inspecteur stelde de waarde oorspronkelijk vast op ƒ 5.055.000 (€ 2.293.858), later verlaagd naar ƒ 4.465.157 (€ 2.026.200), terwijl belanghebbende een waarde van ƒ 3.905.000 (€ 1.772.011) bepleitte.
Het geschil spitste zich toe op de kapitalisatiefactor binnen de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij beide partijen uitgingen van een economische huurwaarde van ƒ 406.975 (€ 184.677). De Inspecteur hanteerde een kapitalisatiefactor van 10,5, terwijl belanghebbende een factor van 9,1 voorstond, mede vanwege de grote omvang van het pand, de beperkte mogelijkheid tot opsplitsing en de luxueuze showroom die de aanwendingsmogelijkheden beperken en het leegstandrisico verhogen.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt hoe de kapitalisatiefactor van 10,5 was berekend en onvoldoende rekening had gehouden met waardeverminderende factoren. Belanghebbende had aannemelijk gemaakt dat een potentiële koper uit zou gaan van een rendement van elf procent, wat een kapitalisatiefactor van 9,1 rechtvaardigt. Het hof verklaarde het beroep gegrond, wijzigde de beschikking en stelde de waarde vast op ƒ 3.905.000 (€ 1.772.011).
Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten van € 966 en gelastte de gemeente P het gestorte griffierecht van € 218 aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak werd mondeling gedaan op 4 november 2003 en is niet vatbaar voor cassatie.
Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak werd vastgesteld op € 1.772.011 met een kapitalisatiefactor van 9,1.