ECLI:NL:GHSGR:2003:AO0700
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikking wegens ontbreken uitzonderingssituatie voor tussentijdse herwaardering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een tussentijdse WOZ-beschikking van de gemeente Barendrecht betreffende een nieuwbouwwoning aan a-straat 1 te Z. Het geschil betrof de vraag of een uitzonderingssituatie als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken zich had voorgedaan die de tussentijdse herwaardering rechtvaardigde.
Tijdens de zitting verklaarde de Inspecteur dat de beschikking was afgegeven op grond van een situatie als bedoeld in artikel 19 lid 2 van Pro de Wet, wat impliceert dat het een beschikking op grond van artikel 25 betrof Pro. Belanghebbende voerde aan dat geen van de uitzonderingssituaties zich had voorgedaan. De Inspecteur kon niet aannemelijk maken dat een situatie als bedoeld in onderdeel a of b van dat lid zich had voorgedaan. De oplevering van de woning op 13 december 2000 en de inschrijving van belanghebbende op het adres in januari 2001 waren onvoldoende om de beschikking te rechtvaardigen.
Ook de constatering dat de eerste WOZ-beschikking onjuist was omdat de woning toen al volledig gereed was in plaats van 80 procent, kon niet gelden als grond voor een beschikking op basis van artikel 19 lid Pro 2. Dit zou mogelijk aanleiding kunnen zijn voor een nieuwe beschikking op grond van artikel 27 van Pro de Wet, indien aan de voorwaarden daarvan is voldaan.
Het hof oordeelde dat de beschikking onrechtmatig was en vernietigde deze. De overige grieven behoefden geen behandeling. Daarnaast werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed, maar proceskosten werden niet toegewezen omdat geen aanspraak daarop was gemaakt.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de WOZ-beschikking wegens het ontbreken van een uitzonderingssituatie voor tussentijdse herwaardering.