ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1244
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst statutair directeur eindigde niet door ontslagname werknemer
X was statutair directeur bij Delta Force B.V., dat op 4 april 2000 failliet werd verklaard. Op 29 februari 2000 vond een gesprek plaats waarbij X werd geconfronteerd met ernstige beschuldigingen en werd gevraagd om schorsing of ontslag. X sprak woorden die door Delta werden opgevat als onvoorwaardelijke ontslagname.
De curator stelde dat de arbeidsovereenkomst op die datum was geëindigd, maar X betwistte dit. De rechtbank stond toe dat de curator bewijs leverde dat X ontslag had genomen. Na getuigenverhoren oordeelde de rechtbank dat de curator daarin was geslaagd.
Het hof oordeelde echter dat uit de omstandigheden en getuigenverklaringen bleek dat X niet onvoorwaardelijk en zonder nadere voorwaarden ontslag had genomen. Delta had zich moeten vergewissen of X werkelijk onvoorwaardelijk ontslag wilde nemen, wat niet was gebeurd. Daarom bestond de arbeidsovereenkomst nog op het moment van faillissement en eindigde deze pas door opzegging door de curator.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vordering van X toe en veroordeelde de curator in de proceskosten. Het incidenteel beroep van de curator werd verworpen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst tussen X en Delta Force B.V. bestond nog op 4 april 2000 en eindigde rechtsgeldig door opzegging door de curator.