ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1804
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Van Nievelt
- Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij omgangsregeling kind woonachtig in buitenland
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de omgangsregeling van hun kind, dat sinds maart 2003 met de moeder en haar echtgenoot in het buitenland verblijft. De vader had bij de rechtbank een omgangsregeling verzocht, welke gedeeltelijk werd toegewezen.
De moeder is in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking. Het hof heeft vastgesteld dat het kind inmiddels meer dan acht maanden in het buitenland woont en dat het niet aannemelijk is dat het kind en de moeder binnen afzienbare tijd naar Nederland zullen terugkeren. Op grond van jurisprudentie en het Haags Kinderbeschermingsverdrag, dat hier analoog wordt toegepast, is de rechter bevoegdheid gebonden aan de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van het nemen van de maatregel.
Daarom oordeelt het hof dat de Nederlandse rechter niet langer bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de vader omtrent omgangsregeling. De bevoegdheid is komen te liggen bij de buitenlandse rechter. De bestreden beschikking wordt vernietigd en het hof verklaart zich onbevoegd om over de omgang te beslissen.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd om over de omgang met het kind te beslissen en vernietigt de bestreden beschikking.