ECLI:NL:GHSGR:2003:AO2263
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Labohm
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gebruiksvergoeding echtelijke woning na echtscheiding
De vrouw en de man zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben twee minderjarige kinderen. Na het vertrek van de man uit de echtelijke woning in december 2000, bleef de vrouw in de woning wonen. De rechtbank had bepaald dat de vrouw de volledige hypotheeklasten inclusief levensverzekering moest betalen als gebruiksvergoeding aan de man, die dit betwistte.
In hoger beroep verzocht de vrouw vernietiging van deze beslissing en wilde zij dat de man een bijdrage zou betalen in de woonlasten over bepaalde periodes. Het hof overwoog dat gedurende het huwelijk geen gebruiksvergoeding kan worden gevorderd op grond van artikel 3:169 BW Pro, omdat de huwelijksgoederengemeenschap pas met de echtscheiding wordt ontbonden.
Het hof vernietigde daarom het vonnis voor zover de vrouw tot betaling van gebruiksvergoeding werd veroordeeld en wees het verzoek van de man af om een redelijke vergoeding te ontvangen voor het woongenot vanaf 1 januari 2001. De overige vorderingen werden eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de veroordeling van de vrouw tot betaling van gebruiksvergoeding en wijst het verzoek van de man af.