ECLI:NL:GHSGR:2003:AO2619
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Borgesius
- Reinking
- Van den Berg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaarverbod overtreding in Reeuwijkse plassen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het overtreden van het vaarverbod in het Reeuwijkse plassengebied, zoals opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening (APV) Reeuwijk 1996. In hoger beroep voerde de verdediging aan dat de APV onverbindend was vanwege overschrijding van gemeentelijke bevoegdheden, inbreuk op eigendomsrechten en onjuiste bevoegdheidstoekenning aan een private stichting.
Het hof oordeelde dat de gemeenteraad binnen zijn ruime beleidsvrijheid handelde en het vaarverbod een redelijk gemeentebelang dient, namelijk het reguleren van recreatiedruk en controle op vaarregels. De inbreuk op eigendomsrechten was proportioneel en in overeenstemming met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het argument dat een private stichting ontheffingen verleent deed niet af aan de verbindendheid van de verordening.
Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte het vaarverbod heeft overtreden, maar achtte het niet passend een straf of maatregel op te leggen gezien de omstandigheden. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd, de verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen en er werd geen straf opgelegd.
Uitkomst: Verdachte is bewezen de overtreding van het vaarverbod, maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.