ECLI:NL:GHSGR:2003:AO2646
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Borgesius
- Van den Berg
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor illegale inrichting zonder vergunning
Het gerechtshof te 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank te 's-Gravenhage. De verdachte werd beschuldigd van het in werking hebben van een inrichting zonder de vereiste vergunning en van valsheid in geschrifte. In eerste aanleg was de verdachte vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in.
Het hof oordeelde dat de gegevens die een aanvrager vermeldt bij een vergunningaanvraag niet als voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden indien dit niet expliciet in de vergunning of voorschriften is opgenomen. Daarnaast stelde het hof dat het enkele feit dat een inrichting of de werking daarvan is veranderd niet voldoende bewijs is dat de inrichting daadwerkelijk in werking was zonder vergunning.
Verder werd overwogen dat het bevoegd gezag geen grenzen had gesteld aan productieaantallen of productieperioden, waardoor vermeende overschrijdingen niet als het veranderen van de inrichting kunnen worden aangemerkt. Ook het feit dat de inrichting in werking zou zijn zonder vergunning werd niet bewezen.
Ten slotte achtte het hof valsheid in geschrifte niet bewezen op grond van de context en inhoud van het betreffende geschrift. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en gelastte de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting en valsheid in geschrifte.