ECLI:NL:GHSGR:2003:AO3524
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- De Wild
- Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Geen opzegging in proeftijd; toewijzing gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag
De appellant werd per 24 januari 2001 ontslagen door het Werkvoorzieningsschap, waarbij hij zich op nietigheid van het ontslag en doorbetaling van loon beroept. Het hof stelt vast dat de arbeidsovereenkomst met een proeftijd van twee maanden per 1 januari 2001 was geëindigd, zodat het ontslag buiten de proeftijd viel.
De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bevatte geen tussentijds opzeggingsrecht en er was geen dringende reden voor ontslag, waardoor sprake was van een onregelmatig ontslag. Het beroep van het Werkvoorzieningsschap op de nietigheid van het ontslag en de zogenaamde 'switch' wordt verworpen, omdat het Werkvoorzieningsschap een publiekrechtelijk lichaam is en het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) niet van toepassing is.
De primaire vordering van de appellant tot gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 4 BW Pro wordt toegewezen, maar gematigd tot het equivalent van twaalf bruto maandsalarissen, gezien de korte duur van het dienstverband en de nieuwe baan van de appellant. De overige vorderingen worden afgewezen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt het Werkvoorzieningsschap tot betaling van deze schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de primaire vordering tot gefixeerde schadevergoeding toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.