ECLI:NL:GHSGR:2003:AO3539
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Kok
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtsgeldigheid testament ondanks betwisting geestelijke toestand testateur
In deze zaak betwist appellant de rechtsgeldigheid van het testament van de erflaatster, stellende dat zij ten tijde van het passeren van haar uiterste wil niet in staat was de gevolgen van haar handelen te overzien. Het hof overweegt dat er tussen het passeren van het testament en de onder bewindstelling een periode verstreken is waarin de geestelijke toestand van de erflaatster niet vergelijkbaar is. De verklaring van de behandelend huisarts ondersteunt dat de erflaatster niet dement was en goed aanspreekbaar.
Het hof benadrukt de zwaarwegende zorgplicht van de notaris om zich te vergewissen van de wilsbekwaamheid van de testateur. Gelet op het ontbreken van concrete feiten en omstandigheden die het tegendeel bewijzen, gaat het hof ervan uit dat de notaris terecht heeft aangenomen dat de erflaatster haar wil kon bepalen. Ook het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing.
Verder wijst het hof de stelling van dwang af, mede gezien de wettelijke vereisten en het ontbreken van relevante feiten. Ten slotte vernietigt het hof het vonnis voor zover appellant in de proceskosten is veroordeeld en het griffierecht onjuist is vastgesteld, en compenseert de kosten tussen partijen. Het overige vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van het testament en vernietigt de kostenveroordeling en het onjuist vastgestelde griffierecht ten aanzien van appellant.