ECLI:NL:GHSGR:2003:AR6585
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Sanders
- Rechtspraak.nl
Geschil over naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en boete handelaarsregeling
Belanghebbende was eigenaar van een personenauto die van 21 december 2001 tot en met 24 januari 2002 in zijn bedrijfsvoorraad stond. Op 10 januari 2002 werd vastgesteld dat het voertuig op de openbare weg werd gebruikt zonder de voorgeschreven handelaarskentekenplaten zichtbaar te voeren.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op van €315 over de periode 11 januari 2001 tot en met 10 januari 2002, en een boete van eveneens €315. Belanghebbende betwistte de aanslag en boete, stellende dat het voertuig slechts kort in de bedrijfsvoorraad stond en dat een medewerker van het garagebedrijf de kentekenplaten wel zichtbaar had geplaatst.
Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht en correct was vastgesteld, omdat niet aan de voorwaarden van de handelaarsregeling werd voldaan. Echter, het hof vond dat belanghebbende niet aansprakelijk kon worden gehouden voor het onjuist bevestigen van de kentekenplaten door de medewerker, waardoor de boetebeschikking werd vernietigd.
Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten van €10 en gelastte vergoeding van het griffierecht. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk.
Uitkomst: De naheffingsaanslag van €315 wordt gehandhaafd, de boetebeschikking vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in proceskosten.