ECLI:NL:GHSGR:2003:AT4359
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- Schuering
- Hehemann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst tussen instructrice en ANWB
De instructrice werkte sinds 1994 als freelance instructrice voor ANWB, die vanaf 1996 loonbelasting en premies op haar honorarium inhoudt. Zij stelt dat er vanaf 1 januari 1996 een arbeidsovereenkomst bestaat, gebaseerd op persoonlijke arbeid, gezagsverhouding en looninhouding. ANWB betwist dit en stelt dat zij als freelancer werkte, waarbij de looninhouding voortkomt uit fiscale verplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat geen arbeidsovereenkomst bestond, maar het hof bevestigde het rechtsvermoeden dat de instructrice arbeid verrichtte krachtens een arbeidsovereenkomst vanaf 1996, wat ANWB mocht weerleggen. Het hof concludeerde dat ANWB dit rechtsvermoeden voldoende heeft ontzenuwd op basis van de feitelijke uitvoering van de overeenkomst, communicatie en werkwijze.
Het hof laat de instructrice echter toe om in hoger beroep door middel van getuigen te bewijzen dat er wel een arbeidsovereenkomst bestaat. De zaak wordt aangehouden voor het horen van deze getuigen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof laat de instructrice toe bewijs te leveren dat er een arbeidsovereenkomst bestaat en houdt verdere beslissing aan.