ECLI:NL:GHSGR:2004:AO4443
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- De Wild
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Geen nietig ontslag statutair directeur ondanks betwisting dringende redenen
De statutair directeur was sinds 1 juli 1999 in dienst van BDC Rotterdam B.V. en werd op 9 juli 2002 op staande voet ontslagen wegens vermeende onrechtmatigheden zoals privégebruik van bedrijfsabonnementen en middelen. De directeur betwistte de dringende redenen voor het ontslag en vorderde doorbetaling van loon.
De voorzieningenrechter oordeelde aanvankelijk dat onvoldoende dringende redenen waren en kende doorbetaling toe totdat het dienstverband rechtsgeldig zou eindigen. BDC ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof nam de feiten van de rechtbank over en oordeelde dat voor statutair directeur geen ontslagvergunning vereist is en dat het ontslagbesluit correct was voorbereid en gecommuniceerd.
Het hof verwierp het verweer dat het ontslag nietig zou zijn wegens onvoldoende voorbereiding of schending van redelijkheid en billijkheid. De vordering tot doorbetaling van loon werd afgewezen omdat herstel van de dienstbetrekking niet mogelijk was. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de directeur in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de statutair directeur af en verklaart het ontslag op staande voet rechtsgeldig.