ECLI:NL:GHSGR:2004:AO4450
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- In 't Velt-Meijer
- De Wild
- Husson
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijk recht en ontslag werknemer met internationale arbeidsovereenkomst
De werknemer, met Britse nationaliteit, was sinds 1994 via verschillende Amerikaanse dochtermaatschappijen uitgezonden naar Nederland, waar hij diverse functies vervulde binnen een internationaal opererende onderneming. Na reorganisaties en herstructureringen werd hem een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden, die hij weigerde te tekenen. Vervolgens werd hij ontslagen, waarbij de werkgever zich beroept op een clausule in de arbeidsovereenkomst die weigering van herplaatsing als vrijwillig ontslag kwalificeert.
De werknemer stelde dat Nederlands recht van toepassing was vanwege zijn werkzaamheden in Nederland en de betrokkenheid van de Nederlandse arbeidsmarkt, en dat het ontslag daarom onrechtmatig was. De rechtbank wees zijn vorderingen af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst nauwer verbonden was met Texaans recht, gelet op de rechtskeuze in de overeenkomst en de internationale aard van de werkzaamheden.
Verder stelde het hof vast dat er onvoldoende bewijs was dat de werknemer daadwerkelijk in dienst was van de Nederlandse vennootschap Oilfield Services, en dat de toepasselijkheid van het Nederlandse BBA 1945 niet kon worden aangenomen. Het ontslag werd daarom als rechtsgeldig beoordeeld volgens het toepasselijke Texaanse recht. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de werknemer in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de werknemer af, bevestigend dat Texaans recht van toepassing is en het ontslag rechtsgeldig is.