ECLI:NL:GHSGR:2004:AO5624
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting en boetes na bezwaar en beoordeling gebruikelijk loon
Belanghebbende, een advocaat die zijn praktijk uitoefent via een BV, was in bezwaar gegaan tegen een ambtshalve vastgestelde aanslag inkomstenbelasting en premie Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) over 1999, inclusief opgelegde verzuimboetes. De Inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van motivering van de aanslag, maar het hof oordeelde dat het bezwaar wel degelijk voldoende was gemotiveerd door een opgave van het geschatte inkomen.
Het geschil betrof onder meer de hoogte van het belastbare inkomen, het gebruikelijk loon uit dienstbetrekking, en de rechtmatigheid van de opgelegde boetes. Het hof concludeerde dat de aanslagen niet voorzien waren van een motivering, waardoor belanghebbende volstond met zijn bezwaar. De boetes werden gematigd vanwege het vijfde verzuim en de omstandigheden van het geval.
Daarnaast werd vastgesteld dat een bedrag van ƒ 14.000 aan uitgaven met een persoonlijk karakter als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang moest worden belast. Belanghebbende slaagde er niet in zakelijke redenen aan te tonen voor een lager dan het gebruikelijke loon van ƒ 84.000. Het hof besloot de aanslag inkomstenbelasting te verminderen tot een belastbaar inkomen van ƒ 73.211 en de premie WAZ tot een premie-inkomen van ƒ 80.826.
Tot slot werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed, terwijl proceskosten niet werden toegewezen omdat belanghebbende niet om vergoeding had verzocht en geen kosten waren gebleken die daarvoor in aanmerking kwamen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag en boetes worden verminderd en het gebruikelijk loon vastgesteld op ƒ 84.000.