ECLI:NL:GHSGR:2004:AO5803
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Gerretsen-Visser
- Verbeek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verlenging machtiging uithuisplaatsing na afloop termijn
De vader stelde hoger beroep in tegen de beschikking van 23 oktober 2003 waarbij de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind werd verlengd tot 9 maart 2004, de dag waarop het kind meerderjarig werd. Het hof constateerde dat de geldigheidstermijn van de machtiging inmiddels was verlopen, waardoor het belang van de vader bij het hoger beroep was komen te vervallen. Ondanks een waarschuwing aan de advocaat van de vader om de zaak in te trekken, werd de zaak niet ingetrokken.
Tijdens de zitting verscheen de vader niet, en zijn advocaat kon geen redelijk belang aangeven voor het voortzetten van het hoger beroep. De minderjarige maakte geen gebruik van de mogelijkheid haar mening te geven. Het hof stelde vast dat in een eerder stadium een hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk was verklaard wegens niet-tijdige indiening.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het ontbreken van een actueel belang. De beschikking werd uitgesproken door drie raadsheren en griffier tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2004.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens het vervallen belang na afloop van de machtiging tot uithuisplaatsing.