ECLI:NL:GHSGR:2004:AO6002
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Advocaatkosten ter verwerving hogere ontslaguitkering niet aftrekbaar onder Wet IB 2001
Belanghebbende had na een conflict met zijn werkgever een ontslagvergoeding van ƒ 500.000 toegekend gekregen, waarvoor hij advocaatkosten van € 8.013 maakte om deze vergoeding af te dwingen. Hij verzocht om aftrek van deze kosten van zijn belastbare inkomen, wat door de Inspecteur werd geweigerd. Het Gerechtshof verklaarde het beroep gegrond en stelde het belastbare inkomen vast op € 68.909, maar verwierp de aftrek van de advocaatkosten.
Het hof overwoog dat de Wet IB 2001 expliciet de aftrek van kosten die samenhangen met het vervullen en beëindigen van een dienstbetrekking uitsluit. De stelling van belanghebbende dat sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van werknemers die onbelaste vergoedingen ontvangen, werd verworpen omdat het hier feitelijk en rechtens ongelijke gevallen betreft. Ook werd geen schending van het EVRM of het IVBPR vastgesteld.
Verder wees het hof het verzoek om compensatie van gemiste arbeidskorting af, omdat belanghebbende deze korting in het betreffende jaar wel had genoten. Het hof achtte de gemaakte kosten niet in mindering op het inkomen te brengen en vond geen schending van het gelijkheidsbeginsel of andere beginselen van behoorlijk bestuur. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Advocaatkosten ter verwerving van een hogere ontslaguitkering zijn niet aftrekbaar, belastbaar inkomen vastgesteld op € 68.909 en griffierecht vergoed.