ECLI:NL:GHSGR:2004:AO7375
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- In 't Velt-Meijer
- De Wild
- Husson
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet wegens onderscheppen en misbruik van postcorrespondentie
Een werknemer van Koninklijke TPG Post werd op staande voet ontslagen nadat hij had bekend sinds 2001 meerdere keren correspondentie van een postbushouder te hebben onderschept, geopend en de inhoud te hebben gebruikt voor advertenties onder valse namen. Tevens had hij retourzendingen onrechtmatig aan het proces onttrokken en zich deze toegeëigend. TPG Post stelde hem op non-actief en gaf hem vervolgens per brief op 21 oktober 2002 ontslag op staande voet.
De werknemer was sinds 1962 in dienst en had goede beoordelingen. Hij zou vanaf 1 november 2002 gebruik maken van de VUT-regeling, maar door het ontslag werd dit onmogelijk. Hij vorderde doorbetaling van salaris vanaf de ontslagdatum. De rechtbank veroordeelde TPG Post tot betaling van het bruto loon vanaf 1 november 2002 volgens de VUT-regeling.
In hoger beroep stelde TPG Post dat zij onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, waaronder mogelijke psychische problematiek, en dat zij een onderzoek had moeten instellen. Het hof oordeelde dat zelfs als een onderzoek niet verplicht was, de ernst van het handelen en de omstandigheden niet rechtvaardigden het ontslag op staande voet te herroepen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde TPG Post in de kosten van het hoger beroep. Het ontslag op staande voet bleef daarmee rechtsgeldig.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van de werknemer wordt bevestigd als rechtsgeldig.