ECLI:NL:GHSGR:2004:AO7892
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Ritter
- Van Boven
- Kramer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens invoer en bezit van circa 486 kilogram cocaïne
De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het binnenbrengen en het aanwezig hebben van een zeer grote hoeveelheid cocaïne, circa 486 kilogram, binnen Nederland. Na een uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen in hoger beroep heeft het hof het eerdere vonnis van zeven jaar gevangenisstraf vernietigd en een zwaardere straf opgelegd.
De zaak omvatte complexe internationale rechtshulp en uitleveringsprocedures, waarbij de verdachte illegaal verbleef op St. Lucia en via St. Maarten naar Nederland werd gebracht. Verweren over een vermeende wederrechtelijke vrijheidsberoving en afspraken omtrent getuigenverklaringen werden door het hof verworpen.
Het bewijs bestond onder meer uit verklaringen van getuigen die een overeenkomst met justitie hadden gesloten, waarbij de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van hun verklaringen werden bevestigd. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte een wezenlijke rol had in het cocaïnetransport.
Gelet op de ernst van de feiten, de maatschappelijke schade door cocaïnehandel en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde het hof een gevangenisstraf van acht jaar op, met aftrek van voorarrest. De uitspraak werd gedaan op 23 februari 2004 door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor medeplegen van invoer en bezit van circa 486 kilogram cocaïne.