ECLI:NL:GHSGR:2004:AO8640
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Labohm
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring huwelijk wegens schijnhuwelijk tussen Turkse man en Nederlandse vrouw
De zaak betreft de nietigverklaring van een huwelijk gesloten tussen een Turkse man en een Nederlandse vrouw. De man had een verblijfsvergunning op grond van het huwelijk, maar de Staatssecretaris van Justitie stelde dat het huwelijk een schijnhuwelijk was en vroeg de nietigverklaring. De rechtbank verklaarde het huwelijk nietig, waartegen de partijen in hoger beroep gingen.
Het hof oordeelde dat de man en vrouw onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij direct na het huwelijk samenwoonden. Diverse verklaringen en administratieve gegevens toonden aan dat zij niet op hetzelfde adres verbleven en weinig kennis hadden van elkaars familieomstandigheden. Ook waren er tegenstrijdigheden in hun verklaringen over hun ontmoeting en verleden.
Gezien deze omstandigheden concludeerde het hof dat het huwelijk een schijnhuwelijk betrof in de zin van artikel 1:71a BW, met als doel het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Het hoger beroep werd verworpen en de nietigverklaring van het huwelijk bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de nietigverklaring van het huwelijk wegens schijnhuwelijk.