ECLI:NL:GHSGR:2004:AO9505
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Aftrek ter voorkoming van dubbele belasting bij zelfstandige offshore werkzaamheden volgens Nederlands-Noors belastingverdrag
Belanghebbende was in 1998 werkzaam voor een pijpleidingproject op het Continentaal Plat van Noorwegen, eerst in loondienst en later als zelfstandige. Voor de periode als zelfstandige stelde hij aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te vorderen over zijn inkomsten uit Noorwegen. De Inspecteur verleende deze aftrek slechts over de loondienstperiode, niet over de zelfstandige werkzaamheden.
Het geschil betrof de uitleg van het Nederlands-Noorse belastingverdrag, met name de vraag of belanghebbende een vast middelpunt van werkzaamheden in Noorwegen had volgens artikel 14 en Pro 24 van het verdrag. Het hof overwoog dat het verblijf in Noorwegen voor zelfstandige werkzaamheden bepalend is, en dat de specifieke offshore regeling in artikel 24 lid 4 niet Pro van toepassing was omdat de 30-dagen grens niet werd overschreden.
Het hof concludeerde dat belanghebbende geen vast middelpunt in Noorwegen had gedurende zijn zelfstandige werkzaamheden en dat de inkomsten daarom slechts in Nederland belastbaar zijn. Ook werd geoordeeld dat de in 2000 ontvangen nabetaling van Noors loon niet in 1998 inbaar was en dus niet in aanmerking kon worden genomen.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor zelfstandige offshore werkzaamheden.