ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0102
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Geen overdrachtsbelastingvrijstelling bij verkrijging landbouwgrond van oom en waardering in onverpachte staat
Het geschil betreft de vraag of de verkrijging van landbouwgrond door belanghebbende van zijn oom vrijgesteld is van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). Belanghebbende stelt dat de vrijstelling moet gelden omdat de verkrijging gelijk behandeld moet worden als die van zijn vader en dat de waarde van het perceel in verpachte staat moet worden genomen.
Het hof oordeelt dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de vervreemder en verkrijger niet tot de kring van bloed- en aanverwanten behoren zoals bedoeld in de WBR. Hierdoor is de vrijstelling niet van toepassing. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en Europeesrechtelijke bepalingen wordt verworpen.
Verder stelt het hof vast dat er geen schriftelijke pachtovereenkomst is gesloten, waardoor geen waardedruk in aanmerking kan worden genomen en de waarde van het perceel moet worden bepaald naar de waarde in het economische verkeer in onverpachte staat. De antispeculatiebepaling in de akte leidt niet tot een ander oordeel.
Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. Er worden geen proceskosten opgelegd. De mondelinge uitspraak is op 22 april 2004 gedaan door mr. Van Walderveen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de waarde van het perceel wordt vastgesteld in onverpachte staat.