ECLI:NL:GHSGR:2004:AP1673
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag en boetebeschikking wegens gebrek aan kwade trouw werkgever
Belanghebbende, exploitant van een uitzendbureau, kreeg een naheffingsaanslag en een vergrijpboete opgelegd wegens het in dienst hebben van werknemers met valse identiteitsbewijzen. De Inspecteur stelde dat belanghebbende te kwader trouw was omdat hij onvoldoende onderzoek had gedaan naar de echtheid van de documenten.
Belanghebbende voerde aan dat hij te goeder trouw had gehandeld door kleurenkopieën van identiteitsbewijzen te maken en dat het verkrijgen van overheidsinformatie over echtheidskenmerken moeizaam was. Bovendien was het de Inspecteur zelf niet gelukt om de valse documenten eerder te ontdekken.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende redelijkerwijs had moeten onderkennen dat de documenten vals waren of dat een zwaardere onderzoeksplicht op hem rustte. De geconstateerde afwijkingen waren niet zodanig opvallend dat het voor iedereen duidelijk was dat het om valse documenten ging.
Daarom werd het anoniementarief onterecht toegepast en de boetebeschikking vernietigd. Wel werd een naheffingsaanslag verminderd tot het bedrag van € 1.939 dat belanghebbende niet had afgedragen. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd en de boetebeschikking vernietigd wegens het ontbreken van kwade trouw van belanghebbende.