ECLI:NL:GHSGR:2004:AP1759
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Belastingaftrek periodieke uitkeringen aan ex-partner in het buitenland
Belanghebbende had een duurzame relatie met B, met wie zij een kind kreeg. Na beëindiging van de relatie en vertrek van B naar Israël, sloot zij een schriftelijke overeenkomst waarin zij zich verplichtte periodieke uitkeringen te doen ter voorziening in het levensonderhoud van B. In 2000 werd deze overeenkomst mondeling uitgebreid vanwege de moeilijke financiële situatie van B.
De Inspecteur weigerde aftrek van een deel van deze uitkeringen, stellende dat het bedrag kinderalimentatie betrof en niet aftrekbaar was. Het hof oordeelt dat de uitkeringen berusten op een dringende morele verplichting en dat de mondelinge nadere overeenkomst rechtsgeldig is. De uitkeringen zijn bedoeld voor noodzakelijke kosten van levensonderhoud, inclusief verplichtingen jegens kinderen.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, de aanslag verminderd en het griffierecht aan belanghebbende vergoed. Het gelijkheidsbeginsel behoeft geen verdere behandeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd.