ECLI:NL:GHSGR:2004:AP1934
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Verbeek
- Gerretsen-Visser
- Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezags- en omgangsregeling na echtscheiding met behoud gezamenlijk gezag
Na echtscheiding hebben de ouders gezamenlijk gezag over hun minderjarige kinderen. De moeder kreeg eenhoofdig gezag toegewezen en de vader werd het omgangsrecht voor een jaar ontzegd vanwege vermeend ernstig nadeel voor de kinderen.
De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking en stelde dat omgang onterecht werd ontzegd en dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moest blijven. Het hof oordeelde dat er onvoldoende grond was om het gezamenlijk gezag te beëindigen, omdat er geen onaanvaardbaar risico bestond dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders.
Verder stelde het hof vast dat de kinderen hun vader graag willen zien en dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang. Daarom werd de ontzegging van omgang vernietigd en werd de raad verzocht een nieuw onderzoek te doen naar een passende omgangsregeling, inclusief begeleide proefcontacten. De behandeling werd aangehouden tot een nieuwe zitting.
De moeder was tegen het beroep en vreesde dat de vader het gezag zou misbruiken, maar het hof vond dat ouders zich in het belang van de kinderen moeten inzetten voor goede communicatie, eventueel met bemiddeling. De vader had zich sinds het niet terugbrengen van de kinderen niet bemoeid met de dagelijkse zorg, wat het hof positief meewoog.
Het hof benadrukte het belang van omgang voor de kinderen en gaf aan dat de moeder loyaal aan het onderzoek moet meewerken en de vader zich aan de regels moet houden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot eenhoofdig gezag en ontzegging omgang, handhaaft gezamenlijk gezag en gelast nieuw onderzoek naar omgang met begeleide proefcontacten.