ECLI:NL:GHSGR:2004:AP1950
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Verbeek
- Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader wegens ernstig nadeel voor kinderen
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank waarin de omgangsregeling met zijn kinderen werd aangehouden tot 1 augustus 2005. Het hof oordeelt dat deze aanhouding materieel neerkomt op een ontzegging van omgang en beschouwt de beschikking als een einduitspraak, waardoor het beroep ontvankelijk is.
De kinderen verblijven sinds het uiteengaan van de ouders bij de moeder. Uit rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en het Haags Ambulatorium blijkt dat omgang met de vader ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen. De jongste heeft angstgevoelens jegens de vader en het contact met hem zou hun gevoel van veiligheid schaden.
De moeder heeft verklaard jarenlang seksueel misbruikt te zijn door de vader, hetgeen zij heeft moeten verwerken via therapie. De vader ontkent de ernst van deze feiten en bagatelliseert deze. Er is sinds 1998 geen communicatie tussen de ouders en de moeder is getrouwd met een stiefvader die als vader wordt beschouwd door de kinderen.
Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en vernietigt de beslissing omtrent omgang. Het ontzegt de vader het recht op omgang tot 1 augustus 2005, waarbij het hof het belang van de kinderen en hun veiligheid vooropstelt. Het hof wijst het overige verzoek van de vader af.
Uitkomst: De vader wordt het recht op omgang met zijn kinderen ontzegd tot 1 augustus 2005 vanwege ernstig nadeel voor hun ontwikkeling.