ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ0113
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Verbeek
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoekster in hoger beroep bij vaststelling vaderschap
De zaak betreft een hoger beroep van verzoekster tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin het vaderschap van een man over een kind is vastgesteld. Verzoekster, erfgename van de man en voormalig samenwonende partner, stelt dat zij belanghebbende is en verzoekt vernietiging van de beschikking.
Het hof overweegt dat belanghebbende in personen- en familierechtelijke zaken degene is wiens rechten of verplichtingen rechtstreeks door de zaak worden geraakt. Verzoekster heeft geen familierechtelijke betrekking tot de man en haar belangen zijn van een andere aard dan die bij vaderschapsvaststelling. Zelfs een wettige echtgenote kan zich niet verzetten tegen erkenning van vaderschap.
Het hof concludeert dat verzoekster geen belanghebbende is in de zin van artikel 798 Rv Pro juncto 358 Rv en verklaart haar daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De belangen van het kind wegen niet anders. De beschikking is uitgesproken op 30 juni 2004 door het hof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens gebrek aan rechtstreeks belang.