ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ6737
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.J. Kok
- J. Labohm
- J. Mulder
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt geen rekenplicht tussen echtgenoten en wijst vordering overgespaard inkomen af
In deze zaak stond centraal of de ene echtgenoot jegens de andere rekenplichtig is en of verrekening van overgespaard inkomen kan plaatsvinden op grond van de huwelijkse voorwaarden. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met bepalingen over wederzijdse vergoedingsverplichtingen en verrekening van netto-inkomen na aftrek van huishoudelijke kosten.
De man vorderde terugbetaling van bedragen die hij stelde dat de vrouw van zijn rekening had opgenomen voor persoonsgebonden uitgaven, terwijl de vrouw een vordering instelde op grond van artikel 8 van Pro de huwelijkse voorwaarden voor verrekening van overgespaard inkomen.
Het hof oordeelde dat de aard van de rechtsverhouding tussen echtgenoten zich verzet tegen rekenplicht gedurende het huwelijk en dat bepalingen in de huwelijkse voorwaarden dit niet wijzigen. De man kon niet aantonen dat de vrouw de opgenomen bedragen daadwerkelijk had opgenomen, waardoor zijn vordering werd afgewezen. De vrouw kon onvoldoende bewijs leveren voor haar stelling van overgespaard inkomen, zodat ook haar vordering werd afgewezen.
De rechtbank had eerder de echtscheiding uitgesproken en verzoeken tot verrekening afgewezen. Het hof bekrachtigde deze beschikking en compenseerde de proceskosten tussen partijen. De zaak toont de strikte bewijsvereisten en interpretatie van huwelijkse voorwaarden in het kader van vermogensrechtelijke geschillen tussen echtgenoten.
Uitkomst: Het hof wees de vorderingen van beide partijen af en bekrachtigde de bestreden beschikking.