ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ6919
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Aantjes
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en vergoeding wegens tekortkomingen werkgever
In deze zaak heeft de werknemer (verweerster) ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht wegens verloren vertrouwen in de werkgever (verzoeker), met een vergoeding van €21.453,30. De rechtbank ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2003 en kende een vergoeding van €20.000 toe. De werkgever was niet verschenen bij de rechtbank en stelde in hoger beroep dat hij niet was opgeroepen, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
Het hof oordeelde dat de oproeping niet volgens de wettelijke voorschriften was verzonden en dat niet vaststond dat de werkgever de oproeping had ontvangen. Hierdoor was het beginsel van hoor en wederhoor geschonden, waardoor het appèlverbod werd doorbroken en het hoger beroep ontvankelijk was. Vervolgens beoordeelde het hof de hoogte van de vergoeding en stelde vast dat de werkgever tekort was geschoten in zijn verplichtingen, zoals het niet aansluiten bij een Arbo-dienst in het eerste ziektejaar en het niet tijdig betalen van loon.
Hoewel de werknemer ziek was geworden door privéproblemen, kon de werkgever worden verweten dat hij geen reïntegratieverslag had opgesteld en dat de werknemer daardoor een WAO-uitkering werd geweigerd. Ook had de werknemer twee keer een kort geding moeten starten om loon te verkrijgen. Het hof vond een vergoeding van €2.500 billijk, aanzienlijk lager dan de rechtbank had toegekend. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover de vergoeding werd toegekend en het lagere bedrag werd toegewezen. De overige onderdelen van de beschikking werden bekrachtigd en de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de vergoeding van €20.000 en kent een lagere vergoeding van €2.500 toe aan de werknemer.