ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ6933

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
25 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/1467
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Wild
  • Schuering
  • Beyer-Lazonder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep en toepassing artikel 69 Rv bij verkeerd procesinleidend stuk

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter. Het hof beoordeelt de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de toepasselijkheid van artikel 69 Rv Pro, dat regelt dat een procedure die met een verkeerd procesinleidend stuk is gestart, ambtshalve wordt doorgeleid naar het juiste spoor.

Appellant verzoekt toepassing van artikel 69 Rv Pro en dat zijn memorie van grieven als beroepschrift wordt gelezen. Geïntimeerde stelt dat appellant niet ontvankelijk is omdat het verzoek niet bij incidentele conclusie is gedaan en er sprake zou zijn van misbruik van procesrecht. Het hof verwerpt deze bezwaren en oordeelt dat het verzoek terecht is ingediend.

Het hof bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels van de verzoekschriftprocedure, waarbij de memorie van grieven als beroepschrift wordt beschouwd en de memorie van antwoord als verweerschrift. Tevens wordt de mondelinge behandeling vastgesteld en verdere beslissingen aangehouden totdat appellant gelegenheid heeft gehad te reageren op het misbruik van procesrecht-verweer.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk en leidt de procedure ambtshalve door naar de verzoekschriftprocedure volgens artikel 69 Rv.

Uitspraak

Uitspraak: 25 juni 2004
Rolnummer: 02/1467 KA
Repnummer rechtbank: 276691/02-51140
HET GERECHTSHOF TE ‘S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van
[Appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
procureur: mr. T. Bissessur,
tegen
[[stichting]],
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [[stichting]],
procureur: mr. J.C. Zevenberg,
Het geding
Bij exploot van 18 oktober 2002 is [appellant] in hoger beroep gekomen van de door de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage, tussen [stichting] als verzoekende partij en [appellant] als verwerende partij gegeven beschikking, uitgesproken op 22 juli 2002. [appellant] heeft een memorie van grieven (met producties) ingediend. Daarop heeft [stichting] een memorie van antwoord (met productie) genomen. Vervolgens hebben partijen hebben de stukken overgelegd en arrest gevraagd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep en de voortzetting van de procedure
1. Onder punt 2 van de memorie van grieven verzoekt [appellant] toepassing van artikel 69 Rv Pro en de memorie van grieven te lezen als een beroepschrift. [stichting] stelt zich op het standpunt dat [appellant] reeds niet ontvankelijk is in zijn hoger beroep, omdat het verzoek tot toepassing van artikel 69 Rv Pro niet bij incidentele conclusie is gedaan en voorts omdat sprake is van misbruik van procesrecht.
2.1 Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 69 lid 2 Rv Pro leidt de rechter een met een verkeerd inleidend stuk aanhangig gemaakte procedure ambtshalve door naar het juiste spoor. Het betoog van [stichting] dat [appellant] zijn verzoek bij incidentele conclusie had moeten doen, gaat, als geen steun in het recht vindend, niet op.
2.2 Het hof houdt voorts zijn oordeel omtrent het betoog van [stichting] dat [appellant] niet ontvankelijk is in zijn hoger beroep omdat, zoals [stichting] stelt, sprake is van misbruik van procesrecht, aan totdat [appellant] in de gelegenheid is geweest hierop te reageren. Ingevolge lid 2 van artikel 69 Rv Pro dient de procedure volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure te worden voortgezet, zodat thans als eerstvolgend procesonderdeel de mondelinge behandeling aan de orde is.
2.3 Het hof zal de memorie van grieven lezen als beroepschrift en de memorie van antwoord als verweerschrift, zodat een bevel als bedoeld in de eerste volzin van lid 1 van artikel 69 Rv Pro achterwege kan blijven. Feiten of omstandigheden op grond waarvan partijen, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, in de gelegenheid zouden moeten worden gesteld hun stellingen aan de voor de verzoekschriftprocedure toepasselijke regels aan te passen, zijn gesteld noch gebleken, zodat ook die gelegenheid achterwege kan blijven. Nu het hof heden datum en tijdstip van de mondelinge behandeling bij arrest bepaalt, kan oproeping voor die mondelinge behandeling achterwege blijven.
Beslissing
Het hof:
- beveelt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels van de verzoekschriftprocedure;
- bepaalt dat de griffier van dit hof met de gedingstukken handelt volgens de regels van de verzoekschriftprocedure, de memorie van grieven beschouwt als een op 18 oktober 2002 ter griffie ingekomen beroepschrift en de memorie van antwoord als een verweerschrift en voorts dat de griffier een rekestnummer bepaalt;
- bepaalt dat de mondelinge behandeling plaatsvindt in het
Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage, op 13 augustus 2004 om 13.30 uur;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. De Wild, Schuering en Beyer-Lazonder en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2004 in bijzijn van de griffier.