ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ6940
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- de Wild
- Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering na ontslag op staande voet met matiging loon en wettelijke verhoging
Appellant trad in 1985 in dienst bij de rechtsvoorgangster van Steenkorrel en werd op 18 december 1990 op staande voet ontslagen. Hij vorderde nietigverklaring van het ontslag en doorbetaling van loon vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. De kantonrechter wees dit af, waarna hoger beroep volgde.
De Hoge Raad vernietigde eerdere vonnissen en verwees de zaak terug naar het hof. Het hof moest beslissen over matiging van de loonvordering en de wettelijke verhoging. Het stelde vast dat appellant ruim viereneenhalf jaar niet had gewerkt en onvoldoende inspanningen had verricht om ander werk te vinden, wat matiging rechtvaardigde.
Het hof oordeelde dat de verhouding tussen zes jaar dienstverband en een loonvordering over viereneenhalf jaar wanverhouding opleverde, wat ook matiging rechtvaardigde. De wettelijke verhoging werd gematigd tot 5% vanwege het niet evident onjuiste ontslag en het feit dat Steenkorrel het loon niet betaalde vanwege het ontslag, niet uit laksheid.
Steenkorrel werd veroordeeld tot betaling van € 30.103,33 exclusief overhevelingstoeslag en met wettelijke rente, met kostencompensatie dat partijen hun eigen kosten dragen. Het arrest is gewezen op 25 juni 2004.
Uitkomst: Steenkorrel is veroordeeld tot betaling van loon over een gematigde periode van twee jaar met een wettelijke verhoging van 5%.