ECLI:NL:GHSGR:2004:AR2196
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Stille
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Waarde en rechtmatigheid van overdracht landbouwonderneming binnen familie
In deze zaak stond de vraag centraal of de overdracht van een landbouwonderneming binnen een familie tegen een lage prijs gerechtvaardigd was en of dit leidde tot schending van de legitimaire massa van de nalatenschap. Appellante stelde dat de koopprijs te laag was en dat er sprake was van een materiële schenking die de legitieme rechten van de erfgenamen schaadde.
Het hof stelde vast dat de onderneming in de vrije markt een waarde had van circa ƒ 5.934.000,- terwijl de overeengekomen koopprijs ƒ 2.800.945,- bedroeg. Geïntimeerde sub 1 had bovendien een deel van de koopsom kwijtgescholden gekregen. Niettemin oordeelde het hof dat de koopprijs niet zo laag was dat sprake was van een schenking, mede omdat de onderneming verliesgevend was en de exploitatie slechts net lonend kon zijn.
Het hof benadrukte dat bij waardering van ondernemingsvermogen voor de nalatenschap in beginsel de waarde in het vrije economische verkeer moet worden aangehouden, tenzij bijzondere omstandigheden binnen de familie dit anders rechtvaardigen. Geïntimeerden konden echter geen relevante feiten aanvoeren die een lagere waardering rechtvaardigden.
Verder werd geoordeeld dat de kosten van deskundigen en proceskosten tussen partijen gelijk verdeeld moesten worden vanwege de familieverhouding. Het hof bepaalde dat partijen zich nader moesten uitlaten over de benoeming van deskundigen voor de waardering en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: De overdracht van de onderneming wordt niet als schenking aangemerkt; waardering vindt plaats op basis van de waarde in het vrije economische verkeer, verdere deskundigenbenoeming wordt voorbereid.