ECLI:NL:GHSGR:2004:AR4083
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Van Nievelt
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Beoordeling behoefte minderjarige en draagkracht ouders bij kinderalimentatie
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie ten laste van de vader centraal, waarbij de behoefte van het minderjarige kind en de draagkracht van de ouders worden beoordeeld.
De moeder had een verzoek ingediend tot vaststelling van kinderalimentatie van €771,42 per maand, terwijl de vader dit betwistte en stelde dat hij met €136 per maand voldeed aan zijn verplichting. De rechtbank had eerder een lagere alimentatie vastgesteld, welke door de vader in hoger beroep werd aangevochten.
Het hof oordeelt dat de ouders gedurende een groot deel van 2001 een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor het gezamenlijke netto gezinsinkomen van €4.500 als uitgangspunt geldt. De tabel 'eigen aandeel kosten van kinderen' wordt lineair doorgetrokken vanwege het niet substantieel hogere gezinsinkomen. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €790 per maand.
De draagkracht van de moeder wordt onbetwist vastgesteld op €330,57 per maand. De draagkracht van de vader wordt berekend op basis van de bijstandsnorm voor een eenoudergezin en een draagkrachtpercentage van 60%, waarbij het hof oordeelt dat de financiële situatie van de partner van de vader niet ten laste van de alimentatie komt.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het hoger beroep af, waarbij de kinderalimentatie wordt vastgesteld op basis van het gezamenlijke gezinsinkomen en de draagkracht van de ouders.