ECLI:NL:GHSGR:2004:AR5340
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Schuering
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Huur woonruimte geen overeenkomst van korte duur, wettelijke huurbescherming van toepassing
In deze zaak stond centraal of een huurovereenkomst voor een gemeubileerde en gestoffeerde woning, gesloten voor een periode van ruim drieëneenhalve maand, kon worden aangemerkt als een overeenkomst van korte duur, waardoor de wettelijke huurbescherming niet van toepassing zou zijn.
De appellant stelde dat de overeenkomst een zakelijke, kortdurende huurovereenkomst betrof, mede gezien de geliberaliseerde huurprijs en de gemeubileerde staat van de woning. Het hof oordeelde echter dat de korte duur van de huurovereenkomst niet doorslaggevend is voor de aard van het gebruik van de woonruimte. Uit de overeenkomst bleek niet dat het gebruik naar zijn aard van korte duur was, noch dat verlenging uitgesloten was.
Voorts verwierp het hof het argument dat de geliberaliseerde huurprijs de aard van het gebruik tijdelijk maakte. Het hof concludeerde dat de wettelijke huurbeschermingsbepalingen van toepassing zijn en verwierp de grieven van appellant.
Daarnaast behandelde het hof de vordering tot ontruiming, waarbij appellant stelde dat geïntimeerde het gehuurde niet zelf gebruikte omdat hij niet op het adres stond ingeschreven. Het hof vond dit onvoldoende bewijs en verwierp ook deze grief.
Uiteindelijk werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering tot ontruiming en de grieven af.