ECLI:NL:GHSGR:2004:AR5341
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot medehuurderschap afgewezen wegens ontbreken gemeenschappelijke huishouding
In deze zaak vorderden appellanten dat twee meerderjarige zoons medehuurder zouden worden van een woning die sinds 1973 door hun ouders werd gehuurd. De ouders waren in 2002 naar Marokko vertrokken, waarna de zoons in de woning zouden achterblijven.
De rechtbank verklaarde de vordering niet ontvankelijk omdat eerst een verzoek aan de verhuurder moest worden gedaan. Het hof oordeelde echter dat appellanten wel ontvankelijk waren omdat zij een schriftelijk verzoek tot medehuurderschap hadden ingediend.
Desondanks wees het hof de vordering af omdat appellanten onvoldoende concrete feiten hadden aangevoerd waaruit een gemeenschappelijke huishouding bleek. Er was geen bewijs van gezamenlijke betaling van huur en kosten, en verklaringen van familieleden boden onvoldoende onderbouwing.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de proceskosten. De vordering tot medehuurderschap werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot medehuurderschap wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een gemeenschappelijke huishouding.