ECLI:NL:GHSGR:2004:AR5342
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- Schuering
- Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Geen mondelinge huurovereenkomst wegens onbevoegde vertegenwoordiging en afwijzing vorderingen
Appellant is eigenaar van circa 8100 m2 opslagruimte en vorderde in hoger beroep een verklaring voor recht dat een mondelinge huurovereenkomst met Penske tot stand was gekomen, nakoming, schadevergoeding en proceskosten. De onderhandelingen waren gevoerd door een ex-werknemer van Penske, die echter niet bevoegd was om namens Penske te contracteren.
Appellant stelde dat uit gedragingen van Penske en haar directeuren mocht worden afgeleid dat de ex-werknemer vertegenwoordigingsbevoegdheid had, mede gelet op jurisprudentie over het toedoen- en risico-beginsel. Het hof oordeelde dat onvoldoende was gesteld of gebleken dat de ex-werknemer de intentie had om namens Penske te sluiten en dat de gedragingen ook passen bij het maken van voorbereidend werk.
Ook het verweer dat Penske niet tijdig had gereageerd op het huurcontract faalde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Middelburg dat de vorderingen van appellant afwees en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens ontbrekende vertegenwoordigingsbevoegdheid.