ECLI:NL:GHSGR:2004:AR5350
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Uitleg CAO-bepaling over recht op aanvulling WW-uitkering na ontslag
De zaak betreft een geschil over de uitleg van artikel 35, lid 7 van de CAO voor personeel van woningcorporaties, waarin is bepaald dat bij onvrijwillig ontslag een aanvulling op de WW-uitkering wordt toegekend gedurende de eerste drie maanden na beëindiging van het dienstverband.
De appellant, voormalig werknemer van de rechtsvoorganger van l'Escaut, stelde dat de aanvulling ook verschuldigd was toen zijn WW-uitkering pas enkele maanden na het ontslag inging, omdat de CAO-tekst niet expliciet voorschrijft dat de aanvulling direct na het ontslag moet beginnen. De rechtbank had dit verweer verworpen en het hof bevestigde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat de tekst van de CAO-bepaling duidelijk maakt dat de aanvulling alleen geldt gedurende de eerste drie maanden na het einde van het dienstverband en dat er geen recht bestaat op aanvulling als de WW-uitkering later aanvangt. De grieven van appellant werden verworpen, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De aanvulling op de WW-uitkering is alleen verschuldigd gedurende de eerste drie maanden na het einde van het dienstverband en niet later.