ECLI:NL:GHSGR:2004:AR5351
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Schuering
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepassing CAO-bepalingen en afwijking van artikel 7:668a BW inzake arbeidsovereenkomsten bepaalde tijd
De zaak betreft een hoger beroep van ROC Zeeland tegen een vonnis van de kantonrechter Middelburg in een kort geding over de rechtsgeldigheid van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en de toepassing van CAO-bepalingen in relatie tot artikel 7:668a BW van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid.
De werknemer was sinds 1997 als zij-instromer werkzaam via tijdelijke contracten zonder een akte van didactische bekwaamheid. ROC Zeeland had het laatste contract niet verlengd, waarna de werknemer stelde dat op grond van de flexwet sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en vorderde doorbetaling van salaris en toelating tot werk.
Het hof analyseerde de CAO-bepalingen, met name artikelen H-11, H-12, H-15, H-16 en H-16a, en concludeerde dat artikel H-16a slechts van toepassing is op arbeidsovereenkomsten genoemd in artikel H-12 en niet op die in artikel H-11. Tevens oordeelde het hof dat artikel H-11 een geldige afwijking van artikel 7:668a BW vormt, waardoor de flexwet niet automatisch leidt tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de gevallen van artikel H-11.
Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en wees de vorderingen van de werknemer af. Tevens werd de werknemer veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werknemer af.