ECLI:NL:GHSGR:2004:AR6178
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Sanders
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling van successierecht voor verzorgster huisvriend door lijfrente-uitkering
Belanghebbende heeft gedurende de laatste levensfase van haar jarenlange huisvriend A hem verzorgd en op zijn verzoek zijn crematie geregeld. A had haar aangewezen als begunstigde van een lijfrenteverzekering, waarvan de premie was betaald uit een vervallen kapitaalverzekering. Na het overlijden van A werd aan belanghebbende een aanslag successierecht opgelegd wegens een verkrijging van €12.007, welke na bezwaar werd verminderd tot €8.405.
Belanghebbende stelde dat de verkrijging vrijgesteld is op grond van artikel 32, eerste lid, ten vijfde van de Successiewet 1956, omdat het een lijfrente betreft en zij geen erfgenaam is. De Inspecteur betwistte dit, maar gaf ter zitting aan dat bij volledige kennis van de feiten geen aanslag zou zijn opgelegd.
Het hof oordeelt dat de situatie van belanghebbende, die A verzorgde, de crematie regelde en de kosten betaalde, vergelijkbaar is met handelen als partner. Daarom is de vrijstelling van toepassing. Het opleggen van aanslag zou onredelijk zijn en strijdig met de wetsuitleg. Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag successierecht vernietigd wegens toepassing van vrijstelling voor lijfrente-uitkering aan verzorgster huisvriend.