ECLI:NL:GHSGR:2004:AR6367
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stille
- Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij echtscheiding en ouderlijk gezag niet vastgesteld door woonplaats vrouw
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank te ’s-Gravenhage waarin de echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken en diverse nevenverzoeken werden toegewezen, waaronder het uitsluitend ouderlijk gezag voor de vrouw en alimentatieverplichtingen voor de man.
De kern van het geschil in hoger beroep betrof de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in eerste aanleg, waarbij het hof moest beoordelen of de vrouw voorafgaand aan het verzoekschrift langer dan twaalf maanden woonplaats in Nederland had. Uit een computeruitdraai van de luchthaven Ataturk bleek dat de vrouw in de bestreden periode regelmatig in Turkije verbleef, wat het vermoeden wekte dat zij niet voldeed aan de woonplaatsvereiste van artikel 814 lid 1 sub b oud Pro Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoewel de vrouw bewijsstukken overwoog zoals inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, oordeelde het hof dat deze onvoldoende waren om de woonplaats in Nederland aan te tonen. Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot echtscheiding. De overige grieven behoefden geen beoordeling meer. De kosten van het hoger beroep werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en verklaart de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot echtscheiding wegens onvoldoende woonplaats van de vrouw in Nederland.