ECLI:NL:GHSGR:2004:AR8059
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- Husson
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag van directie-assistente bij Tainic Technology B.V.
De zaak betreft het hoger beroep van Tainic Technology B.V. tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam inzake het ontslag van een directie-assistente. De werknemer was sinds 1994 in dienst en werd in december 2001 ontslagen na toestemming van de Regionaal Directeur Arbeidsvoorziening vanwege het vervallen van haar functie. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding.
Het hof overweegt dat het ontslag als kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt, mede vanwege de lange diensttijd, leeftijd van de werknemer, de wijze van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst en het ontbreken van enige tegemoetkoming door Tainic. De werkgever kon haar slechte financiële positie niet als rechtvaardiging aanvoeren om geen vergoeding te betalen.
De kantonrechtersformule is niet direct toepasbaar, maar kan als richtlijn dienen bij de vaststelling van de vergoeding. Het hof stelt de schadevergoeding vast op €12.500,- bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 december 2001. Daarnaast veroordeelt het hof Tainic tot betaling van wettelijke rente en een bedrag voor niet genoten vakantiedagen, tenzij het tegendeel wordt bewezen.
Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het arrest wijst het ontslag aan als kennelijk onredelijk met de genoemde vergoedingen. Beide partijen worden in de kosten van het hoger beroep veroordeeld, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt voor het verzet.
Uitkomst: Het ontslag van de werknemer wordt kennelijk onredelijk verklaard en Tainic wordt veroordeeld tot betaling van een bruto schadevergoeding van €12.500,- plus wettelijke rente en aanvullende vergoedingen.