ECLI:NL:GHSGR:2004:AR8062
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Wild
- Husson
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst beëindiging arbeidsovereenkomst nietigverklaring en loonvordering
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en een advocaat-stagiaire over de geldigheid van een vaststellingsovereenkomst en de betaling van loon na de vermeende beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werkneemster trad in dienst voor bepaalde tijd tot eind 2002, maar tekende een vaststellingsovereenkomst waarin werd afgesproken dat de arbeidsovereenkomst per 1 september 2001 door de kantonrechter zou worden ontbonden.
De werkneemster stelde dat zij onder druk was gezet om de overeenkomst te tekenen en vorderde loon en schadevergoeding over de periode na 1 september 2001. Het hof oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst niet leidde tot directe beëindiging van de arbeidsovereenkomst, omdat de ontbinding door de kantonrechter moest plaatsvinden. Er was geen bewijs van bedreiging of dwang bij het tekenen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank dat de loonvordering toewijst en wees de vorderingen van de werkneemster af. Tevens werd zij veroordeeld in de kosten van eerste aanleg en hoger beroep. De arbeidsovereenkomst liep derhalve door tot de ontbindingsbeschikking van 22 november 2001, maar de vaststellingsovereenkomst bepaalde dat salaris alleen tot 1 september 2001 verschuldigd was.
Uitkomst: De loonvorderingen van de werkneemster worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.