ECLI:NL:GHSGR:2004:AR8660
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stille
- Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid hof en wijziging voorlopige partner- en kinderalimentatie in hoger beroep
In deze zaak staat de wijziging van voorlopige voorzieningen omtrent partner- en kinderalimentatie centraal. De vader verzoekt het hof om de eerder door de rechtbank getroffen voorzieningen te wijzigen wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder een aanzienlijk lager inkomen en gewijzigde lasten. Het hof onderzoekt de bevoegdheid om over deze verzoeken te oordelen en stelt vast dat het bevoegd is voor de alimentatieverzoeken, maar niet voor verzoeken omtrent contact en informatie over de kinderen en persoonlijke bezittingen.
De vader stelt dat de behoefte van de kinderen lager is dan eerder vastgesteld en dat de moeder niet behoeftig is. De moeder betwist dit en stelt hogere alimentatiebehoeften. Het hof beoordeelt de draagkracht van de vader aan de hand van zijn actuele bruto-inkomen en lasten, en de behoefte van de moeder en kinderen. Het hof acht de behoefte van de kinderen €400 per kind per maand en de behoefte van de moeder €1003 per maand. De draagkracht van de vader laat deze bedragen toe.
Het hof wijzigt daarom de voorlopige alimentatieverplichtingen van de vader met ingang van 1 januari 2004 naar deze bedragen. Verzoeken die niet onder de bevoegdheid van het hof vallen of niet ontvankelijk zijn, worden afgewezen. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijzigt de voorlopige partneralimentatie naar €1003 per maand en de kinderalimentatie naar €400 per kind per maand met ingang van 1 januari 2004.